De Geschillenkamer (GK) is het administratief geschillenorgaan van de GBA (artikel 32 WOG) en heeft tot taak handhavend op te treden in zaken die aan haar worden voorgelegd, op grond van een klacht van een burger en naar aanleiding van een inspectie op eigen initiatief van de GBA.


De Geschillenkamer in vogelvlucht

Ook behandelt de Geschillenkamer zaken die aan de GBA worden voorgelegd door autoriteiten in de EU-lidstaten in het kader van het één loket mechanisme uit de AVG en waarbij de GBA leidende autoriteit of betrokken autoriteit is. De Geschillenkamer heeft hiertoe een instrumentarium ter beschikking van corrigerende maatregelen en administratieve boetes. De procedure voor de Geschillenkamer vindt plaats met in achtneming van procesrechtelijke beginselen.

De Geschillenkamer bestaat naast de voorzitter uit zes externe leden die op basis van hun bijzondere expertise door de Kamer zijn benoemd.

De Geschillenkamer heeft een unieke structuur die niet bestaat bij de markttoezichthouders in België en evenmin bij de andere privacy-toezichthouders in de EU. Deze structuur is hybride van karakter. De Geschillenkamer is een orgaan van de toezichthouder, maar de procedure is quasi-gerechtelijk, onder meer met besluitvorming na uitwisseling van conclusies tussen partijen, en vaak ook na een hoorzitting.

Deze structuur heeft zijn waarde bewezen, vooral door beslissingen die de Geschillenkamer inmiddels heeft genomen en die beschikbaar zijn op de website van de GBA. Zo heeft de Geschillenkamer in 2020 34 beslissingen ten gronde genomen. De procedure maakt het mogelijk onpartijdig te besluiten en rechtswaarborgen in acht te nemen.

De Geschillenkamer werkt op grond van de volgende uitganspunten.

  • De  inhoudelijke  filosofie.  Belang  wordt  gehecht  aan  daadwerkelijke  en maatschappelijk  relevante  technologische  innovatie,  die  vanzelfsprekend moet plaatsvinden met respect voor de privacy-rechten van burgers, zoals verwoord in het Strategisch Plan. Tevens houdt zij bij de uitvoering van haar taak natuurlijk ook rekening met de bescherming van andere (grond)rechten.
  • Laagdrempelige rechtsbescherming. Het klachtrecht bij de GBA is een alternatief voor een beroep op de burgerlijke of administratieve rechter en moet gemakkelijk blijven voor de burger. De wetgever heeft bijvoorbeeld niet gewild dat partijen steeds door een advocaat worden bijgestaan. Die laagdrempeligheid van de rechtsbescherming laat het wel onverlet de mogelijkheid om zaken om opportuniteitsredenen te seponeren vanwege een gebrek aan strategisch belang, voor zover dit voldoet aan de eisen van de rechtspraak van het Marktenhof te Brussel.
  • Onpartijdigheid. Bij de beoordeling van geschillen wordt schijn van partijdigheid en vooringenomenheid vermeden. Het recht op tegenspraak staat centraal bij de behandeling van geschillen. In navolging van de rechtspraak van het Marktenhof heeft de Geschillenkamer in maart 2020 besloten voornemens tot het opleggen van een geldboete aan de betrokken partij voor te leggen.
  • Doeltreffendheid. De Geschillenkamer moet zaken snel kunnen behandelen, uiteraard met inachtneming van proceswaarborgen, zoals het genoemde recht op tegenspraak. De snelheid van afdoening is in het bijzonder van belang  in zaken met een grote maatschappelijk impact, maar ook bij zaken waar partijen behoefte hebben aan rechtszekerheid. De snelheid van afdoening is echter een punt van grote zorg geworden, onder meer als gevolg van te weinig middelen.
  • Transparantie. Waar relevant en mogelijk, zorgt de Geschillenkamer voor transparantie van uitgangspunten, procedures en beslissingen. In beginsel worden alle beslissingen van de Geschillenkamer op de website gepubliceerd, overeenkomstig een beleid dat in december 2020 is vastgesteld.
  • Samenwerking. Waar relevant en mogelijk, werkt de Geschillenkamer samen met andere toezichthouders in België en met collega-toezichthouders in de EER, en soms daarbuiten (zoals de Britse toezichthouder).

Echter,  de Geschillenkamer kampt met drie typen existentiële problemen:

  • Problemen die te maken hebben met kwantiteit en kwaliteit. De Geschillenkamer wil en moet hoge kwaliteit aan uitspraken leveren, maar tegelijkertijd is de instroom qua aantallen zaken onevenredig hoog. De Geschillenkamer werkt met een onevenredig kleine staf (4 juristen per taalrol, 2 à 3 secretariaatsmedewerkers) en neemt beslissingen na een in het algemeen zware juridische procedure.  
  • Het hybride en unieke karakter van de Geschillenkamer (intern orgaan van de GBA, maar met een quasi-gerechtelijke rol ) leidt tot een disproportioneel zware en daardoor langzame procedure, en eveneens tot veel verwarring in de praktijk. Hoewel de procedure voor de Geschillenkamer quasi-gerechtelijke kenmerken heeft, maakt de Geschillenkamer geen deel uit van de rechterlijke macht. De Geschillenkamer heeft als orgaan van de toezichthouder een verantwoordelijkheid om bij te dragen aan een hoog niveau van gegevensbescherming in  België en daarbuiten en kan bij de beoordeling van zaken een rol toekennen aan de in het Strategisch Plan neergelegde prioriteiten, uiteraard met in achtneming van algemene rechtsbeginselen. Bovendien meent de Geschillenkamer dat zij aandacht moet kunnen geven aan inbreuken die haar in de loop van de procedure ter ore zijn gekomen. Transparantie is een belangrijk uitgangspunt.
  • De recente rechtspraak van het Marktenhof, waarbij een aanzienlijk deel van de beslissingen van de Geschillenkamer geheel of gedeeltelijk wordt vernietigd, vooral om procedurele redenen, met het arrest van 24 februari 2021 (2021/AR/1159) als meest duidelijke illustratie. Dit arrest brengt het functioneren van de procedure bij de Geschillenkamer in gevaar, met name waar deze is gebaseerd op een klacht van een burger. Het arrest lijkt het de Geschillenkamer immers onmogelijk te maken om kennis te nemen van niet in de klacht vermelde elementen van inbreuk waarvan zij tijdens de procedure kennis zou hebben gekregen.

Overzicht beslissingen ten gronde

De Geschillenkamer, die is opgericht na de aanneming van de wet van 3 december 2017 tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit (WOG) en operationeel is sinds de inwerkingtreding van de AVG op 25 mei 2018, blijft in 2020 een jonge instelling. De werkzaamheden van de GBA bij het onderzoek van het steeds toenemende aantal klachten worden steeds bekender, maar de precieze reikwijdte van haar werkzaamheden en wat wel en niet van haar kan worden verwacht, worden soms niet begrepen door het grote publiek en soms zelfs niet door beroepsbeoefenaars op het gebied van gegevensbescherming.

In 2020 heeft de Geschillenkamer in verschillende beslissingen de nadruk gelegd op haar rol als geschilleninstantie van de GBA die belast is met het onderzoek van de bij haar ingediende klachten, met name op grond van artikel 58 van de AVG en artikel 8 van het Handvest van de grondrechten van de Unie. Haar bijdrage, door het nemen van bindende beslissingen, aan de doeltreffendheid van het grondrecht op gegevensbescherming is van essentieel belang. Zonder in de plaats te treden van de rechter of zich te mengen in conflicten die onder andere rechtsgebieden zouden vallen (zoals bijvoorbeeld het arbeidsrecht), ziet de Geschillenkamer erop toe dat de regels die van toepassing zijn op de verwerking van persoonsgegevens in tal van activiteitensectoren in acht worden genomen. Ze beschikt over zowel corrigerende maatregelen als sancties die gericht zijn op een doel : die van een snelle en doeltreffende naleving ten behoeve van de burgers. In die zin was de Geschillenkamer met inachtneming van het beginsel van tegensprekelijkheid van oordeel dat zij een actieve en ondersteunende rol kon spelen bij de opheldering van klachten en de grieven die daarin aan de orde worden gesteld. De Geschillenkamer was voorts van oordeel dat de intrekking van een klacht in de loop van de procedure of de rechtzetting van een schending van het recht na de indiening van een klacht ipso facto niet tot gevolg had dat het voorwerp van de klacht verloren ging. Zelfs in dat geval kan de Geschillenkamer het onderzoek van de vermeende inbreuk(en) voortzetten, dat niet kan worden "geïmmuniseerd" door de intrekking van de klacht of de regularisatie van de situatie.

De Geschillenkamer beschouwt zichzelf niet als een geïsoleerde speler. Sommige van haar beslissingen worden gevolgd door contacten met instanties die een beroepssector vertegenwoordigen die in een klacht is aangeklaagd of met de wetgever, steeds met het doel bij te dragen tot de doeltreffendheid van het recht op gegevensbescherming. Hieraan moet worden toegevoegd dat de Geschillenkamer bij de uitvoering van haar werkzaamheden regelmatig wordt bijgestaan door de Inspectie, die de onderzoeken uitvoert.

Ten slotte kan de Geschillenkamer dankzij de samenwerking met andere gegevensbeschermingsautoriteiten in de Europese Economische Ruimte (EER) via het éénloketmechanisme de bevoegde buitenlandse autoriteit (CNIL, Ierse gegevensbeschermingsautoriteit, enz.) op de hoogte brengen van klachten die burgers bij de GBA indienen tegen internationale spelers zoals Facebook, Microsoft, Amazon en anderen, of gewoon bedrijven die in het buitenland zijn gevestigd. Deze samenwerking stelt haar ook in staat bij te dragen tot een geharmoniseerde toepassing van de AVG in de EER.

De Geschillenkamer, die regelmatig wordt geconfronteerd met klachten van burgers over het uitblijven van een bevredigende follow-up van de uitoefening van hun rechten, heeft logischerwijs een reeks beslissingen genomen waarin bijvoorbeeld wordt herinnerd aan het onvoorwaardelijke karakter van het recht van bezwaar op het gebied van direct marketing of aan de noodzaak om gegevens te wissen waarvan de verwerking niet langer noodzakelijk is voor het beoogde doel. Evenzo heeft het herhaaldelijk de kwaliteit van het “privacybeleid" aan de orde gesteld  dat bedoeld is om de betrokkenen te informeren over de gegevens die over hen worden verwerkt. Het recht op verwijderen van zoekresultaten is overigens voor het eerst bevestigd bij beslissing 37/2020 van de Geschillenkamer (cf. infra).  Wat het toegangsrecht betreft, heeft de Geschillenkamer de contouren daarvan en ook de reikwijdte van de uitzonderingen verduidelijkt (41/2020).Wat de verwerkingsverantwoordelijken betreft, zowel in de openbare als in de particuliere sector, heeft de Geschillenkamer in een aantal baanbrekende uitspraken gewezen op hun verplichtingen en de wijze waarop deze moeten worden uitgevoerd. Het profiel, de verplichtingen en de positie van de DPO (alsmede de onverenigbaarheid met bepaalde functies) werden aldus in herinnering gebracht. Hetzelfde geldt voor de verplichting om een register van verwerkingen bij te houden, de vaststelling van een privacybeleid en de verplichting om een effectbeoordeling uit te voeren. De problemantiek rond e-mails, meer bepaald betreffende het verzenden van e-mails, een beleid voor het e-mailbeheer en het afsluiten ervan in geval van vertrek werd eveneens besproken. Wat ten slotte de toepassing door de verwerkingsverantwoordelijken van de grondbeginselen van gegevensbescherming betreft, had de Geschillenkamer de gelegenheid te herinneren aan de eerbiediging van het doelbeginsel (met name in de context van verkiezingen), van het minimaliseringsbeginsel en van het beginsel van verantwoordelijkheid of verantwoordingsplicht, op grond waarvan de verwerkingsverantwoordelijke de nodige maatregelen moet nemen om de door hem uitgevoerde verwerkingen in overeenstemming te brengen met de AVG, met name door passende procedures vast te stellen. En tot slot was de problematiek van de rechtmatigheid van de verwerking een terugkerend thema, waaruit bleek dat het voor sommige verwerkingsverantwoordelijken echt moeilijk is om de rechtmatigheidsgrondslag vast te stellen. In verschillende beslissingen heeft de Geschillenkamer de legitieme belangen van de verwerkingsverantwoordelijke vastgesteld, alsmede de voorwaarden waaronder deze op geldige wijze kunnen worden ingeroepen.  De Geschillenkamer herinnerde ook aan de voorwaarden voor toestemming overeenkomstig artikel 6.1.a) en artikel 7 van de AVG.


Het recht op vergetelheid en de Google-beslissing

Eén van de beslissing die de Geschillenkamer in 2020 heeft genomen, deed bijzonder veel inkt vloeien.  In juli 2020 legde de GBA Google België een boete op van 600 000 euro voor het schenden van het recht van een burger om te worden vergeten, en voor het gebrek aan transparantie van het formulier voor het aanvragen om verwijderd te worden.

Een Belgische burger had verzocht om verwijdering van links met vermeende negatieve informatie over hem. Google weigerde om op dit verzoek in te gaan.

De Geschillenkamer van de GBA was van oordeel dat sommige van deze links noodzakelijk waren in het algemeen belang en niet mochten worden verwijderd: de burger speelt wel degelijk een rol in het openbare leven en de banden betroffen een vermeende relatie met een politieke partij. De andere links bevatten informatie die achterhaald en ongefundeerd was en de reputatie van de betrokkene ernstige schade kon toebrengen. De GBA is van mening dat Google deze links daarom had moeten verwijderen. Voor de GBA is het van belang op te merken dat de feiten in deze zaak duidelijk waren, zodat Google geen redelijke ruimte had om anders te beslissen. 

Bovendien was Google niet transparant in zijn verwijderingsformulier en in zijn antwoord aan de betrokkene.

De GBA achtte zich in dit geval bevoegd, aangezien Google van mening is dat het éénloketmechanisme niet van toepassing is op een gegevensverwerking betreffende de Google-zoekmachine. De verantwoordelijke voor de verwerking van de gegevens is in dit geval Google LLC, de in de VS gevestigde onderneming Google.

Hoewel zij erkent dat deze onderneming een verwerkingsverantwoordelijke is, was de GBA van oordeel dat zij Google België sancties kon opleggen wegens de onlosmakelijke banden tussen de activiteiten van de twee entiteiten.

Voorts was zij van oordeel dat, om de doeltreffendheid van de AVG te waarborgen en een rechtsvacuüm te vermijden, artikel 1 van de AVG aldus moet worden uitgelegd dat een autoriteit bindende maatregelen moet kunnen opleggen aan de vestiging in de Unie van een verwerkingsverantwoordelijke wiens zetel zich buiten de Unie bevindt.

De beslissing (*) bevat een gedetailleerde uiteenzetting van de verantwoordelijkheden van de verschillende vestigingen van Google.   (*Tegen deze beslissing is een beroep hangende)