Waar moet u rekening mee houden?

Wanneer u een bewakingscamera wil plaatsen en gebruiken, moet u rekening houden met het proportionaliteitsbeginsel.

Het proportionaliteitsbeginsel houdt in:

  • dat er een evenwicht moet bestaan tussen het belang van de verwerkingsverantwoordelijke en het recht op de bescherming van het privéleven van de gefilmde persoon. Bijvoorbeeld: is het nodig dat er in de wachtkamer van een arts een camera wordt geïnstalleerd?;
  • dat de verwerking van de beelden passend en noodzakelijk moet zijn, m.a.w. de verwerkingsverantwoordelijke moet nagaan of er geen andere maatregelen mogelijk zijn die minder ingrijpen in het privéleven van de gefilmde persoon. Het is bijvoorbeeld niet noodzakelijk dat een concertorganisator de ingang filmt van de concertzaal om erop toe te zien dat elke concertganger betaalt. Hij kan immers een of meerdere opzichters aan de ingang plaatsen die elke concertganger controleren op het bezit van een geldig toegangskaartje;
  • dat er geen overbodige beelden mogen verwerkt worden en dat de camera in principe niet mag gericht worden op een plaats waarvoor de verwerkingsverantwoordelijke niet bevoegd is. Een dancinguitbater die een bewakingscamera plaatst mag zijn camera niet plaatsen in de richting van de straat, zodat hij eventuele amokmakers al van ver zou kunnen zien aankomen. Zulke beelden zijn niet alleen overbodig, want het overgrote deel van de weggebruikers is geen dancingbezoeker, laat staan een amokmaker, maar de uitbater is in principe ook niet gemachtigd om een publieke plaats zoals de openbare weg te filmen. Hierop voorziet de Camerawet in één uitzondering. Bepaalde plaatsen kunnen een zeker veiligheidsrisico inhouden waardoor de verantwoordelijke de mogelijkheid krijgt om ook de perimeter rond deze plaats te kunnen filmen. Voorbeelden van dergelijke “gevoelige” plaatsen zijn; luchthavens, militaire domeinen, nucleaire sites,…