Waar mag u bewakingscamera's plaatsen?

De Camerawet heeft drie types van plaatsen voorzien.

Voor elke type plaats gelden andere of strengere voorschriften:

  • niet-besloten plaats: elke plaats die niet door een omsluiting is afgebakend en vrij toegankelijk is voor het publiek.
    Voorbeelden: de openbare weg, een marktplaats, een gemeenteplein, een niet afgesloten park, … Een omsluiting kan ook visueel zijn zolang de plaatsen maar duidelijk van elkaar kunnen worden onderscheiden;
  • besloten plaats voor het publiek toegankelijk: elk gebouw of elke door een omsluiting afgebakende plaats die bestemd is voor gebruik door het publiek.
    Voorbeelden: een handelszaak, shoppingcentra, grootwarenhuizen, een loketzaal van een bank, musea, een sportzaal, een restaurant, cafés, een kabinet van een dokter, …;
  • besloten plaats niet voor het publiek toegankelijk: elk gebouw of elke door een omsluiting afgebakende plaats die uitsluitend bestemd is voor gebruik door de gewoonlijke gebruikers.

Voorbeelden: een familiewoning, een appartementsgebouw (ook de gemeenschappelijke toegangshal), een kantoorgebouw (waar geen diensten aan het publiek worden aangeboden), fabrieken, …

De Camerawet stelt ook uitdrukkelijk dat de verantwoordelijke van een niet-besloten plaats enkel een openbare overheid kan zijn (net gelet op de definitie van deze plaats).

Wanneer er twijfel bestaat over de soort plaats of als er verschillende plaatsen door eenzelfde camerasysteem worden gecontroleerd, zal het strengste regime van toepassing zijn. Zo zal bijvoorbeeld het regime van de voor het publiek toegankelijke besloten plaats moeten gehanteerd worden indien één camerasysteem zowel de frontoffice (de ruimte waar de klant staat) als de backoffice (de ruimte waar de bankbediende werkt) van een bank controleert.