Rechtmatigheid van de verwerking

Elke verwerking van persoonsgegevens moet, om rechtmatig te zijn, berusten op een van de 6 gronden als bedoeld in de AVG. De focus ligt vooral op de versterkte toestemming en op de nieuwe voorwaarden voor een verwerking van gevoelige gegevens.

Artikel 6 van de AVG bepaalt de de rechtmatigheid van de verwerking. Het vermeldt de gronden waarop een verwerking kan berusten. Elke verwerking van persoonsgegevens moet, om rechtmatig te zijn, berusten op een van 6 gronden als bedoeld in de AVG.

Dit zijn de 6 gronden:

  • de toestemming van de betrokkene,
  • de overeenkomst,
  • de wettelijke verplichting,
  • het vitaal belang van de betrokkene of van een andere persoon,
  • een opdracht van algemeen belang of een taak in het kader van de uitoefening van het openbaar gezag dat aan de verwerkingsverantwoordelijke is opgedragen,
  • het gerechtvaardigde belang van de verwerkingsverantwoordelijke.