Principe

Aan iedere persoon werd het recht op afbeelding toegekend en daarom komt het alleen aan de betrokken persoon toe te beslissen of van hem een afbeelding mag worden genomen en gebruikt.

Bijgevolg is het nemen van een afbeelding en het (verdere) gebruik van het beeldmateriaal onderworpen aan de toestemming van de betrokken persoon.

De toestemming om van iemand foto’s of videobeelden te nemen betekent niet noodzakelijk dat er toestemming is om deze afbeelding te publiceren of te verspreiden. Beide staan los van elkaar en moeten dus apart gevraagd worden.

 

Het is interessant te weten dat de rechtspraak steeds vaker aanvaardt dat een minderjarige met onderscheidingsvermogen zelf zijn toestemming geeft. De huidige rechtspraak beoordeelt dit begrip volgens de concrete, feitelijke omstandigheden van de zaak, maar dikwijls ligt de leeftijdsgrens op 12 à 14 jaar.