De Privacywet geeft de betrokkene enkele rechten

De  Privacywet voorziet onder meer in:

  • het recht op informatie. De betrokken persoon moet dus verwittigd worden dat zijn gegevens zullen verwerkt worden en waarom dat gebeurt;
  • het recht om vragen te stellen. De betrokkene kan vragen of de verantwoordelijke voor de verwerking gegevens over hem bezit. Deze verantwoordelijke dient dan mede te delen welke gegevens hij over de betrokkene heeft en waarom, welke soort gegevens het zijn en wie die gegevens zal ontvangen;
  • het recht van toegang. Dit betekent dat de betrokkene altijd kennis mag hebben van zijn gegevens. Belangrijk is wel dat de verantwoordelijke ook gewoon (per brief en zelfs per telefoon) mag meedelen dat hij gegevens over de betrokkene bezit en over welke gegevens het precies gaat;
  • het recht van verzet. De betrokkene kan zich altijd verzetten tegen het gebruik van zijn gegevens, maar dan moet hij daar ernstige redenen voor hebben. Hij kan zich niet verzetten als het gaat om een gegevensverwerking die is opgelegd door een wet of reglementaire bepaling, of die noodzakelijk is voor de uitvoering van een overeenkomst waarbij hij partij is. Hij beschikt wel altijd over een recht op verzet tegen ongeoorloofd gebruik van zijn gegevens en hij mag zich kosteloos en zonder redenen verzetten tegen het gebruik van zijn gegevens wanneer ze verwerkt worden voor directmarketingdoeleinden.