Hof van Beroep wijst eis tegen Facebook af

Terug naar overzicht persberichten
30 juni 2016
Op 29 juni 2016 heeft het Hof van Beroep de kort geding beschikking tegen Facebook vernietigd. Deze juridische procedure werd in juni 2015 opgestart door de Belgische Autoriteit wegens schending door Facebook van de Privacywet. Het Hof van Beroep wijst de initiële vordering van de Autoriteit af op bevoegdheidsgronden. Het hoger beroep van Facebook wordt aldus ingewilligd. In 2017 wordt de procedure ten gronde gevoerd.

Het Hof van Beroep oordeelt dat de Belgische hoven en rechtbanken niet bevoegd zijn ten aanzien van Facebook Ireland, waar de gegevens voor Europa verwerkt worden, en Facebook Inc., de Amerikaanse moedermaatschappij.. Ten overstaan van Facebook Belgium hebben de Belgische hoven en rechtbanken wel rechtsmacht maar is de initiële eis van de Autoriteit ongegrond: een voorlopige beschikking in kort geding kan enkel uitgesproken worden wanneer de eis hoogdringend is. De praktijk van Facebook, waarbij het een datr-cookie plaatst ten aanzien van niet-facebook gebruikers, bestaat immers onafgebroken sedert 2012 en de kortgedingprocedure werd slechts medio 2015 ingeleid.

Achtergrond
Deze uitspraak is het gevolg van het beroep dat Facebook instelde tegen de beschikking in kort geding van 9 november 2015 waarin de rechter Facebook veroordeelde voor de inzameling van gegevens van niet-gebruikers van de sociale netwerksite. Volgens de rechter in eerste aanleg was dit een “manifeste” schending van het privacyrecht. Facebook moest stoppen met het registreren via cookies en social plug-ins van het surfgedrag van internetgebruikers uit België die geen Facebook-account hebben. Uiteindelijk besloot de voorzitter van de rechtbank om een dwangsom op te leggen van 250.000 EUR per dag bij niet-naleving van de beschikking door Facebook.

Facebook tekende beroep aan tegen deze beslissing maar had zich, bij wijze van voorlopige maatregel, in lijn gesteld met de uitspraak van de rechter, door Belgische niet-gebruikers niet langer te volgen. Dit had als gevolg dat publiek toegankelijke pagina’s ook niet langer voor hen toegankelijk zijn. Het was de keuze van Facebook om op deze manier (tijdelijk) gevolg te geven aan het kortgeding beschikking. Dit was noodzakelijk om de vastgestelde dwangsom te vermijden.

Procedure ten gronde & Cassatie
De Autoriteit richt zich nu volop op de procedure ten gronde, die in september  2017 zal worden behandeld .

“In de zaak “Yahoo” heeft het Hof van Beroep tot tweemaal toe de internationale rechtsmacht van de hoven en rechtbanken miskend en tot tweemaal toe heeft het Hof van Cassatie die rechtsmacht wel aanvaard. Het ligt dus voor de hand dat ook wij zullen onderzoeken of wij Cassatie zullen aantekenen. Op vandaag betekent deze uitspraak wel zuiver en eenvoudig dat de Belgische burger geen privacybescherming kan bekomen van de hoven en rechtbanken ten opzichte van buitenlandse spelers. Zodoende is die burger blootgesteld aan massale privacyinbreuken”, aldus Willem Debeuckelaere, voorzitter van de Autoriteit.