Conclusies van de advocaat-generaal betreffende het gebruik van plug-ins door webmanagers

Terug naar overzicht persberichten
21 december 2018
Advocaat-generaal Bobek deelde op 19 december 2018 zijn conclusies mee in de zaak C-40/17 Fashion ID GmbH & Co. KG/Verbraucherzentrale NRW eV.

Feiten

Fashion ID is een onderneming voor online verkoop van modeartikelen. Zij heeft op haar website de "vind ik leuk" button van Facebook geïntegreerd, ook « third party plugin» genoemd. Hieruit volgt dat wanneer een gebruiker de website van Fashion ID bezoekt, informatie over zijn IP-adres alsook de tekenreeks (gegevenstype dat in vele programmeertalen gebruikt wordt) van zijn browser worden meegedeeld aan Facebook. Deze doorgifte gebeurt automatisch wanneer de website van Fashion ID wordt opgeladen, ongeacht of de gebruiker al dan niet heeft geklikt op de "vind ik leuk" button van Facebook en hij al dan niet over een Facebook account beschikt.

Een Duitse vereniging voor consumentenbescherming leidde een rechtszaak in tegen Fashion ID om reden dat het gebruik van deze plug-in strijdig was met de wetten inzake bescherming van persoonsgegevens.

Belast met het geschil vraagt het regionaal hooggerechtshof van Düsseldorf aan het Hof van Justitie naar een interpretatie van verschillende bepalingen van de oude Richtlijn van 1995 over de gegevensbescherming (die van toepassing blijft in deze zaak en werd vervangen door de Algemene Verordening van 2016 over de gegevensbescherming die van toepassing is sedert 25 mei 2018)

Conclusies

De advocaat-generaal oordeelt dat de webmanager die een plug-in van een derde integreert, zoals de "vind ik leuk" button van Facebook die persoonsgegevens van de gebruiker inzamelt en doorgeeft, gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijke is voor deze fase van de verwerking. De (gezamenlijke) verantwoordelijkheid van deze beheerder is evenwel beperkt tot uitsluitend de verrichtingen waarvoor hij effectief de doeleinden en de middelen voor de verwerking van persoonsgegevens mee heeft bepaald.  In dit geval heeft de advocaat-generaal geoordeeld dat Facebook Ireland en Fashion ID blijkbaar bewust aan de basis lagen van de inzameling en doorgifte van de inzameling en dat bij gebrek aan een aanwijsbaar doeleinde, er een gebundeld doeleinde bestaat: een commercieel- en reclamedoeleinde.

Deze kwalificatie brengt voor de webmanager de verplichting mee:

  • aan de gebruikers de vereiste informatie mee te delen over de gegevensverwerkingen en, 
  • wanneer dit wordt geëist, de toestemming te verkrijgen van de gebruikers vooraleer de gegevens worden ingezameld en doorgegeven.

De advocaat-generaal preciseert eveneens dat voor de bedoelde verwerkingen rekening moet worden gehouden met de gerechtvaardigde belangen van de twee gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken  en dat deze moeten afgewogen worden in het licht van de rechten van de gebruikers van de website.

Verband met de Facebook procedure

De door advocaat-generaal Bobek ingenomen standpunten weerspiegelen de standpunten ingenomen door de Autoriteit in haar aanbevelingen nr. 01/2015  en nr. 04/2015 , waarin zij aanbeval dat de buttons van sociale netwerken slechts zouden worden geactiveerd nadat de specifieke toestemming van de gebruiker werd verkregen.

De conclusies van de advocaat-generaal, indien ze worden bijgetreden door het Hof, zouden belangrijke repercussies kunnen hebben voor veel webmanagers die de "vind ik leuk" button van Facebook of gelijkaardige tools gebruiken.