Mobiele bewakingscamera's

De Camerawet laat ook in enkele gevallen toe dat een verantwoordelijke gebruik maakt van mobiele bewakingscamera’s.

 Allereerst bevat deze wet een expliciete definitie van wat als een mobiele bewakingscamera moet aanzien worden: de “bewakingscamera die tijdens de observatie wordt verplaatst om vanaf verschillende plaatsen of posities te filmen”. Het type voorbeeld is een rijdende wagen met een camera op zijn dak. Van belang is dan ook dat een camera op een wagen die geparkeerd staat niet aanzien kan worden als een mobiele bewakingscamera net gelet op de eerder vermelde definitie.

In de niet-besloten plaatsen mogen dergelijke mobiele bewakingscamera’s enkel gebruikt worden met het oog op de automatische nummerplaatherkenning door of in opdracht van de gemeente en dit voor welomlijnde doeleinden:

  • voorkomen, vaststellen of opsporen van overlast en/of
  • het controleren van de naleving van de gemeentelijke reglementen inzake betalend parkeren (vele gemeenten besteden de controle hierop uit aan private parkeerfirma’s die soms rondrijdend met een auto of scooter met een zogenaamde ANPR camera om de nummerplaten te scannen zodat snel kan nagegaan worden of het betrokken voertuig al dan niet betaald heeft voor het parkeren).

Indien een gemeente dergelijke mobiele bewakingscamera’s wenst in te zetten, dient zij eerst het positief advies te bekomen van de betrokken gemeenteraad nadat deze laatste de plaatselijke korpschef heeft geraadpleegd. De gemeenteraad bepaalt ook meteen de geldigheidsduur van haar advies dat echter wel kan vernieuwd worden op vraag van de verantwoordelijke voor de verwerking. Bij de aanvraag van dit advies zal de verantwoordelijke voor de verwerking duidelijk de bijzondere doeleinden voor het gebruik van de mobiele bewakingscamera’s moeten aangeven alsook de perimeter waarbinnen deze gebruikt zullen worden (welke kan overeenstemmen met het volledige grondgebied) en de voorziene gebruiksmodaliteiten.

Ook in besloten plaatsen kunnen mobiele bewakingscamera’s gebruikt worden:

  • Een eerste mogelijkheid betreft deze voor bewakingsagenten in het kader van de wetgeving rond private veiligheid en het gebruik van mobiele bewakingscamera’s in niet voor het publiek toegankelijke besloten plaatsen en dan nog op zeer specifieke plaatsen die wegens hun aard onderhevig zijn aan bijzondere veiligheidsrisico’s zoals bijvoorbeeld nucleaire sites, luchthavens, internationale stations of militaire domeinen.
  • Een tweede mogelijkheid betreft het gebruik van mobiele bewakingscamera’s op een besloten plaats waar niemand wordt geacht aanwezig te zijn.
  • Tenslotte kan een mobiele bewakingscamera ook gebruikt worden door een natuurlijke persoon voor persoonlijk of huishoudelijk gebruik maar dan enkel in een niet voor het publiek toegankelijke besloten plaats.

Telkens een verantwoordelijke voor de verwerking een mobiele bewakingscamera wenst te gebruiken (behalve in het laatste geval, met name als het een natuurlijke persoon betreft voor persoonlijk of huishoudelijk gebruik in een niet voor het publiek toegankelijke besloten plaats) dient ook hier een mededeling van te gebeuren en is er ook een verplichting tot het bijhouden van een intern register. Voor meer informatie over beide verplichtingen kan verwezen naar de informatie over dit thema.

Bij het gebruik van mobiele bewakingscamera’s dient in beginsel ook het uniform model van pictogram gehanteerd te worden. Dit pictogram kan ofwel aan de toegang van de plaats gehangen worden waar de mobiele bewakingscamera wordt gebruikt ofwel op het voertuig aangebracht (bijvoorbeeld de scooter of de auto die gebruikt wordt voor de controle op het betalend parkeren). Bovendien stelt de Camerawet ook dat elk ander informatiekanaal kan ingeschakeld worden om de burger duidelijk te informeren (bv. de gemeentelijke website).

Ook hier zal een principiële maximale bewaartermijn gelden van 1 maand die in een aantal gevallen verlengd kan worden naar 3 maanden. Voor meer informatie kan verwezen naar hier.