Gezondheidsgegevens

De Privacywet verbiedt in principe de verwerking van persoonsgegevens die de gezondheid betreffen.

Algemeen

Op dit principieel verbod bestaan niettemin een aantal uitzonderingen. Zo is een verwerking van (gevoelige) gezondheidsgegevens  bijvoorbeeld wel mogelijk als de werknemer zijn schriftelijke toestemming geeft of wanneer de wet de verwerking verplicht of meer in het bijzonder, wanneer de verwerking noodzakelijk is met het oog op de uitvoering van verplichtingen met betrekking tot het arbeidsrecht, denken we maar aan het gezondheidstoezicht op het werk, de controlegeneeskunde, arbeidsongevallen,…

Aangezien de betrokken werknemer een toestemming “vrij” moet kunnen geven en ook altijd kan intrekken, is ze moeilijk houdbaar als grondslag in een arbeidsrelatie, waarbij de werknemer immers onder het gezag van de werkgever staan.

De wetgever heeft dan ook voorzien in een verbod voor de potentiële of huidige werkgever om deze toestemming te gebruiken als grond voor de verwerking van (gevoelige) gezondheidsgegevens van zijn werknemers, tenzij deze gericht is op het verstrekken van een voordeel aan diezelfde werknemer.

Wie kan, in het kader van verplichtingen voortvloeiend uit het arbeidsrecht, gezondheidsgegevens verwerken?

De werkgever is vooreerst verplicht om alle maatregelen te nemen die nodig zijn voor de gezondheid en het welzijn van zijn werknemers op het werk. Het is echter de arbeidsgeneesheer die nagaat hoe het daarmee staat en die de (toekomstige) werknemers aan een gezondheidstoezicht onderwerpt en beslist of ze (nog steeds) geschikt zijn voor het uitoefenen van hun job. Hij zal de werkgever enkel meedelen of een werknemer geschikt is of niet, maar hij zal nooit informatie meedelen met betrekking tot een eventuele ziekte of aandoening. De werkgever heeft evenmin toegang tot het gezondheidsdossier van zijn werknemers.

In principe mag een werkgever een sollicitant niet uitvragen over zijn gezondheidstoestand. Immers, discriminatie op basis van de huidige of toekomstige gezondheidstoestand is verboden. De toekomstige werknemer is dan ook niet verplicht om vragen over zijn gezondheidstoestand te beantwoorden.

Voor bepaalde functies, bijvoorbeeld die van politieagent maakt een gezondheidsbeoordeling deel uit van de selectieprocedure. Deze gezondheidsbeoordeling gebeurt echter pas op het einde van de selectieprocedure en mag niet dienen om te selecteren. Uiteraard kunnen ook hier enkel gezondheidsgegevens in aanmerking worden genomen die in verband staan met het uitoefenen van de specifieke functie.

Wanneer een werknemer met ziekteverlof is, kan een controlearts, in opdracht van de werkgever, controleren of deze écht arbeidsongeschikt is door ziekte of een ongeval en dus gewettigd afwezig is van het werk. De controlearts mag de werkgever enkel berichten over het al dan niet arbeidsongeschikt zijn en de waarschijnlijke duur daarvan, maar hij mag geenszins de diagnose kenbaar maken. Gelet op dit wettelijk omkaderd controlemechanisme voor de werkgever, moet actieve informatiegaring door de werkgever zelf (hetzij telefonisch, hetzij face to face), om de achterliggende redenen van de arbeidsongeschiktheid te achterhalen als overmatig worden beschouwd.

Eventuele telefonische vragen vanwege de afdelingsleiding of meer algemeen van de werkgever kunnen mogelijks getuigen van een zeker vooroordeel ten aanzien van werknemers die zich niet op het werk aanbieden wegens ziekte omdat het uitgangspunt lijkt te zijn dat elke melding van arbeidsongeschiktheid wegens ziekte als “verdacht” wordt bestempeld. Dergelijke telefoontjes worden dan ook best vermeden. Indien immers bij elke melding van arbeidsongeschiktheid de werkgever zelf de motieven van het thuisblijven probeert te achterhalen in een telefonisch gesprek met de betrokken werknemer, die op dat moment op zijn zwakst is, kan dit zoals eerder aangehaald als overmatig worden beschouwd omdat er precies andere, wettelijke middelen in het arbeidsmilieu zijn om zich te vergewissen van de arbeidsongeschiktheid, met name via de controlearts.

Zowel als gevolg van de Privacywet, als de Patiëntenrechtenwet van 2002, moeten de arbeidsgeneesheer en de controlearts de betrokken werknemer voorafgaandelijk informeren van hun functie en opdracht. Daarenboven heeft de werknemer altijd recht op inzage en afschrift van het hem betreffende patiëntendossier en niet zijn werkgever.

De arbeidsgeneesheer en de controlearts zijn gebonden door het beroepsgeheim. Elke mededeling aan derden van medische informatie is verboden, behalve wanneer er een wettelijke verplichting toe is. Zij moeten de gepaste technische en organisatorische maatregelen nemen ter bescherming van de persoonsgegevens die zij onder zich houden tegen toevallige of ongeoorloofde vernietiging, verlies, wijzigingen of toegang en iedere andere niet toegelaten verwerking. Wat de beveiliging van informatie betreft, kan het privacythema - informatiebeveiliging interessant zijn.

Bijzonder geval: het medisch attest

Indien de werknemer arbeidsongeschikt (ziek) is, dient hij hiervan een medisch attest te bezorgen aan zijn werkgever.

Het deel van het medisch attest dat bestemd is voor de werkgever wordt zowel ingevuld door de werknemer als door zijn behandelende geneesheer. Het maakt melding van de identificatiegegevens van de werknemer, de reden van de arbeidsongeschiktheid in algemene termen (ziekte, ongeval, zwangerschap...), de waarschijnlijke duur ervan, of de werknemer zich al dan niet naar een andere plaats mag begeven tijdens de arbeidsongeschiktheid en de stempel van de behandelende geneesheer. Het deel van het medisch attest dat bestemd is voor de controledienst vermeldt daarenboven de diagnose.

De vraag stelt zich of deze manier van werken al dan niet “privacyproof” te noemen is. De aanduiding van de diagnose van de behandelende geneesheer en de vermelding van diens specialiteit (als het een specialist betreft) op het deel van het medisch attest dat enkel aan de controledienst wordt bezorgd is conform de Privacywet. De verwerking van deze gezondheidsgegevens door een controlegeneesheer steunt immers op artikel 7, § 2, b van de Privacywet: de verwerking is met name noodzakelijk voor de uitvoering van de specifieke verplichtingen en rechten van de verantwoordelijke voor de verwerking met betrekking tot het arbeidsrecht, in dit geval het controlerecht van de werkgever in het kader van de arbeidsongeschiktheidsregeling.

Meer bepaald gaat de controlearts na, weliswaar in opdracht van de werkgever maar in volledige onafhankelijkheid ten aanzien van zowel werkgever als werknemer, of de betrokken werknemer werkelijk arbeidsongeschikt is en verifieert hij de waarschijnlijke duur van de arbeidsongeschiktheid en eventueel de andere medische gegevens voor zover die noodzakelijk zijn voor de toepassing van de bepalingen van de wet van 13 juni 1999 betreffende de controlegeneeskunde.

De vermelding van de specialiteit van de behandelende geneesheer op het deel van het medisch attest dat aan de werkgever wordt bezorgd, laat daarentegen toe informatie af te leiden omtrent de gezondheidstoestand van de betrokkene. Deze informatie is nochtans niet relevant voor de werkgever die enkel moet instaan voor de administratieve afhandeling van de afwezigheid van de arbeidsongeschikte. Daartoe volstaat in principe een medisch attest zonder vermelding van de specialiteit van de zorgverstrekker.