Geolokalisatie

Als de uitvoering van het werk niet gebeurt op de werkvloer van de werkgever zelf, maar daarbuiten, is het niet onlogisch dat de werkgever wil weten wat zijn mobiele werknemers uitvoeren. Werkgevers kunnen hiervoor soms gebruik maken van elektronische toezicht. Bijvoorbeeld via de installatie van een systeem van geolokalisatie in de voertuigen van hun werknemers.

Geolokalisatie in de arbeidsrechtelijke context

Lokalisatiediensten bieden voor de werkgever belangrijke informatie over een personeelslid: zij maken het mogelijk werknemers of hun voertuigen te traceren in ruimte en tijd.

Aangezien de lokalisatiegegevens naar de identificatie van een natuurlijk persoon op een bepaalde plek op een bepaald tijdstip verwijzen, is dat ten aanzien van die betrokken werknemer een verwerking van zijn persoonsgegevens als bedoeld in de Privacywet en zijn lokalisatiegegevens als bedoeld in de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie.

Dergelijke verwerking kan een schending van de individuele vrijheden met zich meebrengen, meer bepaald de vrijheid om onbewaakt te komen en te gaan, ondermeer het recht op het respect voor de persoonlijke en zelfs familiale levenssfeer.

Inhoudelijk beogen al deze wettelijke privacybepalingen steeds weer dezelfde criteria, zoals we die kennen uit het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de jurisprudentie van het Europees Hof (het wettigheidsprincipe, het legitimiteitsprincipe en het principe van de noodzaak in een democratische samenleving). In termen van de Privacywet zijn op dat vlak vooral de naleving van de finaliteits-, proportionaliteits-, transparantie- en toelaatbaarheidsbeginselen essentiële waarborgen voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van werknemers. 

Advies 12/2005 van 7 september 2005 : geolokalisatie in voertuigen

De Autoriteit stelt daarin dat de bewaking door middel van een monitoringsysteem gekoppeld aan een GPS-navigatiesysteem in dienstvoertuigen van werknemers alleen is toegestaan mits respect voor de finaliteits-, proportionaliteits-, transparantie- en toelaatbaarheidsbeginselen van de wet van 8 december 1992.

Finaliteit

Een systeem dat mogelijk maakt personeelsleden precies te lokaliseren, moet beantwoorden aan welbepaalde, uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigde doeleinden, die de installatie en het gebruik ervan rechtvaardigen, bijvoorbeeld in functie van de veiligheid van de werknemer, in functie van de bescherming van de dienstvoertuig, om in te spelen op welomschreven professionele behoeften aangaande transport en logistiek, of nog, om bewust toezicht op het personeel te houden, dus ter controle van het professioneel gebruik van de dienstvoertuig en de behoorlijke uitvoering van hun arbeidsregime.

Proportionaliteit

Indien het systeem geïnstalleerd is met de bedoeling de uitvoering van de taken toevertrouwd aan de werknemers te controleren, dan zou dit een gerichte controle moeten zijn en gerechtvaardigd door aanwijzingen die misbruik door bepaalde werknemers doen vermoeden. Een permanente controle waarbij er middels een lokalisatiesysteem een systematische lezing van de geregistreerde gegevens plaatsvindt, moet in principe als overmatig worden beschouwd. Er zijn niettemin bepaalde hypotheses waarbij een regelmatiger controle gerechtvaardigd zou kunnen zijn indien deze rechtstreeks verband houdt met de aard van de te vervullen taken door de werknemer, en meer bepaald om het beheer van de verplaatsingen van de professionele voertuigen (verkopers, technici te velde) te optimaliseren. Zelfs in dat geval mogen de voertuigen niet continu gevolgd worden. Het systeem zou in ieder geval moeten kunnen gedesactiveerd worden wanneer het voertuig door betrokkene buiten de werkuren wordt gebruikt.

Transparantie 

Het transparantiebeginsel kan worden vertaald door het voorzien in een uitgebreide kennisgeving ten behoeve van de personen wier gegevens verwerkt worden, in het bijzonder wie onderworpen is aan controle, in welke mate er controle is, de aard van de misbruiken die aanleiding kunnen geven tot controle, de duur van de controles, de procedure die zal worden gevolgd na controle. Gelet op de arbeidsverhouding moeten ook de procedures van voorlichting en overleg tussen werkgever en werknemers (vertegenwoordiging) worden gerespecteerd voorafgaand aan de installatie en het gebruik van dergelijk monitoringsysteem.

Toelaatbaarheid

Wat de toelaatbaarheid van de verwerking betreft, is de Autoriteit van oordeel dat het in het kader van een arbeidsrelatie niet zonder gevaar is als de toestemming van de werknemer de basis vormt voor deze verwerking. In de arbeidscontext berust de toestemming niet op een evenwichtige machtsverhouding terwijl de Privacywet vereist dat een toestemming vrij  zou zijn. 

De Autoriteit is van mening dat de verwerking van de gegevens wel toegelaten is krachtens artikel 5, f) van de Privacywet.

Geolokalisatie in politievoertuigen

Bovendien kan erop worden gewezen dat de meer recente aanbeveling nr. 03/2013 van 24 april 2013 uit eigen beweging over het gebruik van traceertoestellen door politiediensten ten aanzien van hun personeelsleden. Daarin worden gelijklopende standpunten ingenomen als in het advies 12/2005 van 7 september 2005 betreffende het wetsvoorstel tot regeling van het toezicht op werknemers door middel van een monitoringsysteem verbonden met het GPS-navigatiesysteem van dienstvoertuigen, evenwel met uitzondering van de toestemming van de werknemers als grondslag voor de verwerking.

De politie installeert reeds enkele jaren in zijn voertuigen traceertoestellen. Met deze apparatuur kunnen de voertuigen en dus de medewerkers gelokaliseerd worden of kunnen er gegevens worden ingewonnen en geanalyseerd over het gebruik van de voertuigen door deze medewerkers. 

Naast logistieke doeleinden (beheer wagenpark), operationele doeleinden (beheer van de interventies) en beveiligingsdoeleinden (voertuig kan niet starten zonder een activeringsbadge, wat belet dat het voertuig wordt gestolen), is er dus de vaststelling dat deze traceertoestellen ook met controledoeleinden kunnen ingezet worden door de werkgever. 

Met behulp van dergelijke toestellen kunnen de leden van de politiediensten inderdaad gecontroleerd worden op het gebruik dat ze gemaakt hebben van het voertuig (bruusk remmen, uren en duur van het gebruik, rijsnelheid, ongepast gebruik van zwaailichten,…), maar ook hun komen en gaan (verplaatsingen). Daarnaast kunnen de beschikbare gegevens gebruikt worden – à charge of à decharge – bij een klacht over het gedrag van een lid van de politiediensten ten opzichte van een individu (bijvoorbeeld bij een ongeval, of laattijdige aankomst ter plaatse,…).

Het doeleinde van controle op de personeelsleden verhindert dat er misbruik gemaakt wordt van het politiemateriaal, maar kan ook een bewijsmiddel opleveren in geval er een betwisting is rond het gedrag van een personeelslid. 

De analyse van de gegevens over het gedrag of de activiteiten van een personeelslid is slechts wettelijk als er ernstige aanwijzingen bestaan die een laakbaar, ongepast of verboden gedrag doen vermoeden, of als er bijzondere omstandigheden zijn die rechtvaardigen dat de verzamelde gegevens worden geraadpleegd, zoals klachten of aanwijzingen over misbruik tijdens politionele interventies, of het misbruik van politiematerieel (zwaailichten, sirenes, rijsnelheid,…). 

De Privacyommissie beveelt ook aan dat de gegevens verzameld door de traceersystemen niet worden aangewend voor permanente controles op de personeelsleden en dat een arbeidsreglement of een gelijkwaardig instrument het gebruik van gegevens voor controledoeleinden voldoende omkadert. 

De Autoriteit raadt aan om voor dit soort gegevensverwerking een voorafgaand overleg te houden met de personeelsvertegenwoordiging van de betrokken beroepsgroep zodat ook zij goed ingelicht zijn van de verwerking en de nagestreefde doeleinden.