Plaatsing en gebruik

Valt een videoparlofoon onder de Camerawet?

De Camerawet is van toepassing op de plaatsing en het gebruik van " bewakingscamera's" met het oog op "bewaking en toezicht". Een videoparlofoon wordt in beginsel gebruikt om de persoon die aanbelt te identificeren, hetgeen verschillend is van het doeleinde "bewaking en toezicht".

Hieruit volgt dat de Camerawet in beginsel niet van toepassing is op videoparlofoons. Wordt deze videoparlofoon echter als een "bewakingscamera" gebruikt, dan zullen de regels van de Camerawet wel nageleefd moeten worden.

Als mijn bewakingscamera niet opneemt, moet ik dan de Camerawet naleven?

Het al dan niet opnemen van de beelden is geen beslissend criterium voor de toepassing van de Camerawet. Ook bewakingscamera's die louter in real-time filmen (en dus niet opnemen) zijn onderworpen aan deze wet. De definitie van een bewakingscamera spreekt immers over het verzamelen, verwerken of bewaren van de beelden.

Valt het plaatsen van een nepcamera onder de Camerawet?

Een nep bewakingscamera (of een zogenaamde "dummy"-camera) is niet onderworpen aan de verplichtingen van de Camerawet. De definitie van een bewakingscamera vereist immers het verzamelen, verwerken of bewaren van de beelden, wat in beginsel niet het geval is bij een dergelijke nepcamera.

In welke gevallen mag ik gebruik maken van mobiele bewakingscamera’s?

De Camerawet laat slechts in enkele gevallen toe dat een verwerkingsverantwoordelijke gebruik maakt van mobiele bewakingscamera’s.

De Camerawet definieert vooreerst expliciet wat onder een mobiele bewakingscamera dient te worden verstaan, met name de bewakingscamera die verplaatst wordt tijdens de observatie om  vanaf verschillende plaatsen en posities te filmen.

In de niet-besloten plaatsen mogen dergelijke mobiele bewakingscamera’s enkel gebruikt worden met het oog op de automatische nummerplaatherkenning door of in opdracht van de gemeente en dit voor welomlijnde doeleinden:

  • voorkomen, vaststellen of opsporen van overlast en/of
  • het controleren van de naleving van de gemeentelijke reglementen inzake betalend parkeren (vele gemeenten besteden de controle hierop uit aan private parkeerfirma’s die soms rondrijden met een auto of scooter met een zogenaamde ANPR camera om de nummerplaten te scannen zodat snel kan nagegaan worden of het betrokken voertuig al dan niet betaald heeft voor het parkeren).

Ook in besloten plaatsen kunnen mobiele bewakingscamera’s gebruikt worden:

  • Een eerste mogelijkheid betreft deze voor bewakingsagenten in het kader van de wetgeving rond private veiligheid en het gebruik van mobiele bewakingscamera’s in niet voor het publiek toegankelijke besloten plaatsen en dan nog op zeer specifieke plaatsen die wegens hun aard onderhevig zijn aan bijzondere veiligheidsrisico’s zoals bijvoorbeeld nucleaire sites, luchthavens, internationale stations of militaire domeinen.
  • Een tweede mogelijkheid betreft het gebruik van mobiele bewakingscamera’s op een besloten plaats waar niemand wordt geacht aanwezig te zijn.
  • Tenslotte kan een mobiele bewakingscamera ook gebruikt worden door een natuurlijke persoon voor persoonlijk of huishoudelijk gebruik maar dan enkel in een niet voor het publiek toegankelijke besloten plaats.
Mag ik de beelden bewaren?

Het is niet verplicht om de beelden te bewaren. De wet stelt alleen dat de beelden die geen bijdrage kunnen leveren tot het bewijzen van overlast, een misdrijf of schade of tot het identificeren van een dader, een ordeverstoorder, een getuige of een slachtoffer, niet langer dan één maand mogen bewaard worden.

De Camerawet stelt echter dat voor bepaalde plaatsen, welke moeten aangeduid worden door de Koning de maximale bewaartermijn van 1 maand verlengd kan worden naar 3 maanden. Het handelt telkens over plaatsen die een bijzonder veiligheidsrisico kunnen inhouden. Voorbeelden van dergelijke plaatsen zijn: stations, luchthavens, nucleaire sites, militaire domeinen, penitentiaire instellingen,…

Mag ik de beelden opnemen?

De wet voorziet niet uitdrukkelijk dat de beelden moeten opgenomen worden. De wet bepaalt alleen dat het opnemen van beelden (bv. op band, schijf of digitaal) door vaste bewakingscamera’s die geplaatst zijn in een niet-besloten plaats of in een besloten plaats toegankelijk voor het publiek, uitsluitend toegelaten is om bewijzen te verzamelen van overlast, van feiten die een misdrijf opleveren of schade veroorzaken en om daders, ordeverstoorders, getuigen of slachtoffers op te sporen en te identificeren.

Moet ik de mensen informeren dat er een camera hangt?

Ja. De wet bepaalt dat diegene die overgaat tot camerabewaking, steeds een pictogram moet plaatsen dat aanduidt dat er beelden worden verwerkt.

Bij het gebruik van mobiele bewakingscamera’s dient in beginsel ook het uniform model van pictogram gehanteerd te worden. Dit pictogram kan ofwel aan de toegang van de plaats gehangen worden waar de mobiele bewakingscamera wordt gebruikt ofwel op het voertuig aangebracht (bv. de scooter of de auto die gebruikt wordt voor de controle op het betalend parkeren). Bovendien stelt de Camerawet ook dat elk ander informatiekanaal kan ingeschakeld worden om de burger duidelijk te informeren (bv. de gemeentelijke website).

Is filmen met een verborgen camera toegestaan?

De Camerawet bepaalt dat elk heimelijk gebruik van bewakingscamera’s verboden is. De wet verplicht de verwerkingsverantwoordelijke immers om een uniform model van pictogram te plaatsen zodat de betrokkene die de plaats betreedt, weet dat hij gefilmd zal worden. Op zich hoeft hij niet noodzakelijk de camera zelf te zien hangen. Hij moet wel weten dat de plaats “bewaakt” wordt door een bewakingscamera.

Mag mijn camera, eenmaal geplaatst, alles filmen?

In het algemeen moeten de beelden toereikend, terzake dienend en niet overmatig zijn en dit overeenkomstig met de doeleinden waarvoor ze werden verkregen of verwerkt.

De camerawet bepaalt bovendien dat bewakingscamera’s geen beelden mogen opleveren die de intimiteit van een persoon schenden, en niet gericht mogen zijn op het inwinnen van informatie over de filosofische, religieuze, politieke, syndicale gezindheid, etnische of sociale origine, het seksuele leven of de gezondheidstoestand.

De bewakingscamera’s die geplaatst zijn in een niet-besloten plaats mogen niet specifiek gericht zijn op een plaats waarvoor de verwerkingsverantwoordelijke niet zelf de gegevens verwerkt, tenzij hij daarvoor expliciet de toestemming heeft van de verwerkingsverantwoordelijke van die andere plaats.

Wat de voor het publiek (al dan niet) toegankelijke besloten plaatsen betreft mogen de bewakingscamera’s niet specifiek gericht worden op een plaats waarvoor de verwerkingsverantwoordelijke niet zelf de gegevens verwerkt. In het bijzonder bepaalt de wet dat de bewakingscamera’s die tegenover een niet-besloten plaats of een voor het publiek toegankelijk besloten plaats gericht zijn, zo geplaatst moeten worden dat de opnamen op die plaats tot het strikte minimum worden beperkt.

Ik wil een bewakingscamera plaatsen in een besloten plaats die niet toegankelijk is voor het publiek. Welke procedure moet ik volgen?

Uw verwerking dient proportioneel te zijn. Dit houdt in dat er een evenwicht moet bestaan tussen enerzijds het belang van de verwerkingsverantwoordelijke en anderzijds het recht op de bescherming van het privéleven van de gefilmde persoon. De verwerking van de beelden moet passend en noodzakelijk zijn, wat er op neerkomt dat u moet nagaan of er geen andere maatregelen zijn die minder ingrijpen in het privéleven van de gefilmde persoon.

U als verwerkingsverantwoordelijke neemt de beslissing tot het plaatsen van een bewakingscamera.  Uiterlijk de dag vóór u de bewakingscamera in gebruik neemt, moet u uw beslissing meedelen aan de politiediensten, via een elektronisch meldingsformulier. Ook elke wijzing aan de aangebrachte cameravoorziening dient gemeld te worden.

Die aangifte moet niet gebeuren wanneer de bewakingscamera door een natuurlijke persoon wordt aangewend voor persoonlijk of huiselijk gebruik (bv. in een privéwoning).

Om de burger te informeren dat u een bewakingscamera heeft geplaatst, moet u voorzien in een specifiek pictogram.

Wat de niet voor het publiek toegankelijke besloten plaatsen betreft mogen de bewakingscamera’s niet specifiek gericht worden op een plaats waarvoor de verwerkingsverantwoordelijke niet zelf de gegevens verwerkt. In het bijzonder voorziet de wet dat de bewakingscamera’s die tegenover een niet-besloten plaats of een voor het publiek toegankelijk besloten plaats gericht zijn, zo geplaatst moeten worden dat de opnamen op die plaats tot het strikte minimum worden beperkt.

Ik wil een bewakingscamera plaatsen in een besloten plaats die voor het publiek toegankelijk is. Welke procedure moet ik volgen?

Uw verwerking dient proportioneel te zijn. Dit houdt in dat er een evenwicht moet bestaan tussen enerzijds uw belang als verwerkingsverantwoordelijke en anderzijds het recht op de bescherming van het privéleven van de gefilmde persoon. De verwerking van de beelden moet passend en noodzakelijk zijn, wat er op neerkomt dat u moet nagaan of er geen andere maatregelen zijn die minder ingrijpen in het privéleven van de gefilmde persoon.

U als verwerkingsverantwoordelijke neemt de beslissing tot het plaatsen van een bewakingscamera. Uiterlijk de dag vóór u de bewakingscamera in gebruik neemt, moet u uw beslissing meedelen aan de politiediensten, via een elektronisch meldformulier. Ook elke wijzing aan de aangebrachte cameravoorziening dient gemeld te worden.

Om de burger te informeren dat u een bewakingscamera hebt geplaatst, moet u voorzien in een specifiek pictogram.

De bewakingscamera’s in een voor het publiek toegankelijke besloten plaats mogen niet specifiek gericht worden op een plaats waarvoor de verantwoordelijke niet zelf de gegevens verwerkt. In de praktijk komt dit er op neer dat u niet de openbare weg mag filmen of andermans eigendom (bv. de eigendom van buren).

Ik wil een vaste bewakingscamera plaatsen in een niet-besloten plaats. Welke procedure moet ik volgen?

Belangrijk is dat een plaatsing van een vaste bewakingscamera in een niet-besloten plaats enkel kan gebeuren door een overheid, niet door een andere instantie en ook niet door een particulier.

De verwerking moet proportioneel zijn. Dit houdt in dat er een evenwicht moet bestaan tussen enerzijds het belang van de verwerkingsverantwoordelijke en anderzijds het recht op de bescherming van het privéleven van de gefilmde persoon. De verwerking van de beelden moet passend en noodzakelijk zijn, wat er op neerkomt dat u moet nagaan of er geen andere maatregelen zijn die minder ingrijpen in het privéleven van de gefilmde persoon.

Vooraleer u de vaste bewakingscamera in een niet-besloten plaats installeert, moet u het positief advies bekomen van de gemeenteraad, die hiertoe de korpschef van de betrokken politiezone zal raadplegen. Dit advies van de gemeenteraad moet NIET gevraagd worden indien de betrokken niet-besloten plaats een autosnelweg is of een andere weg waarvoor een andere openbare overheid dan de gemeente verantwoordelijk is. De korpschef van die zone wordt wel nog steeds geraadpleegd.

Uiterlijk de dag vóór u de bewakingscamera in gebruik neemt, moet u uw beslissing meedelen aan de politiediensten, via een elektronisch meldingsformulier. Ook elke wijzing aan de aangebrachte cameravoorziening dient gemeld te worden.

Om de burger te informeren dat u een vaste bewakingscamera heeft geplaatst, moet u zorgen voor een specifiek pictogram.

Vaste bewakingscamera’s die geplaatst zijn in een niet-besloten plaats mogen niet specifiek gericht zijn op een plaats waarvoor de verwerkingsverantwoordelijke niet zelf bevoegd is om de gegevens te verwerken, tenzij hij daarvoor expliciet de toestemming heeft van de verwerkingsverantwoordelijke van die andere plaats.

Ik wil één en hetzelfde systeem installeren op verschillende types van plaatsen. Welk regime moet ik naleven?

Bij een combinatie van plaatsen van verschillende types, waarin de camerabewaking geschiedt via éénzelfde systeem met dezelfde verantwoordelijke voor de verwerking, moet u het meest beschermende regime toepassen.

Bijvoorbeeld :
Als een gemeente in een park dat afgesloten kan worden een bewakingscamera wil plaatsen, is dit in principe een voor het publiek toegankelijk besloten plaats. Hetzelfde geldt voor een parking of parkeerruimte die met een slagboom wordt afgesloten of die volledig omheind is. Als deze bewakingscamera tot hetzelfde systeem behoort dat ook nog een aantal straten in de omgeving controleert, dan moeten het park en de parking ook het regime volgen voor de niet-besloten plaats (de straat).

Wat bedoelt de wetgever met “een omsluiting”?

Onder omsluiting moet u minstens een visuele afbakening verstaan. De afbakening hoeft niet noodzakelijk op een materiële of fysieke wijze te zijn uitgevoerd. Een visuele afbakening kan volstaan, bijvoorbeeld een bordje met privaat terrein, een bordje met voorbehouden voor klanten,…. De afbakening moet natuurlijk op een rechtmatige manier zijn aangebracht. De omsluiting kan ook tijdelijk zijn, zoals bijvoorbeeld het circuit van Francorchamps. We spreken dus slechts van een niet-besloten plaats als de ruimte niet kan worden onderscheiden van de rest van de open ruimte.

Wordt er een onderscheid gemaakt naargelang de plaats waar ik een bewakingscamera wil hangen?

De wet bepaalt uitdrukkelijk 3 types van plaatsen waar iemand een bewakingscamera kan installeren:

  • "een niet-besloten plaats": dit is elke plaats die niet door een omsluiting is afgebakend en vrij toegankelijk is voor het publiek. Een omsluiting kan ook visueel zijn zolang de plaatsen maar duidelijk van elkaar kunnen worden onderscheiden
    Voorbeelden: de openbare weg, een park, een gemeenteplein, een grote openbare parkeerplaats,…
  • "een voor het publiek toegankelijke besloten plaats": dit is elk gebouw of elke door een omsluiting afgebakende plaats bestemd voor het gebruik door het publiek waar diensten aan het publiek kunnen worden verstrekt.
    Voorbeelden: handelszaken, de loketzaal van een bank, een bioscoop, een restaurant, een hotel, het openbaar vervoer , een spektakelzaal, een sportzaal, een sportterrein, een administratieve ruimte, een kerkgebouw, een kabinet van een dokter, campings,…
  • "een niet voor het publiek toegankelijke besloten plaats": dit is elk gebouw of elke door een omsluiting afgebakende plaats die uitsluitend bestemd is voor het gebruik door de gewoonlijke gebruikers.
    Voorbeelden: een familiewoning, een appartementsgebouw, een kantoorgebouw, een fabriek, een boerderij,…

Voor de laatste twee types van plaatsen is het doorslaggevend criterium de bestemming die de verwerkingsverantwoordelijke eraan geeft. Een eventueel ander, al dan niet geoorloofd gebruik heeft niet meteen invloed op het toe te passen regime.

Bijvoorbeeld:
Het is niet omdat op de parking van een grootwarenhuis er ook andere personen komen parkeren, die geen gebruik maken van de aangeboden diensten, dat de voor het publiek toegankelijk besloten plaats (de parking) een niet-besloten plaats wordt.

De Camerawet stelt ook uitdrukkelijk dat de verwerkingsverantwoordelijke van een niet-besloten plaats enkel een openbare overheid kan zijn (net gelet op de definitie van deze plaats).

Mijn bewakingscamera filmt ook een arbeidsplaats. Mag ik deze plaats zomaar filmen?

Zowel de Camerawet als camerabewaking op de arbeidsplaats kunnen gelijktijdig toegepast worden. In de praktijk zal het immers zo zijn dat beide doeleinden op hetzelfde moment aanwezig zijn en dat er vaak één camerasysteem gebruikt wordt.

De verwerkingsverantwoordelijke moet m.a.w. de Camerawet toepassen voor de personen die onder de toepassing vallen van de Camerawet en de Algemene Verordeging Gegevensbescherming (AVG) voor  camerabewaking op de werkplaats (met een aantal bijkomende vereisten indien CAO nr. 68 van toepassing is).  In geval er een conflict zou zijn tussen sommige van deze bepalingen, moeten de regels van de Camerawet worden toegepast

Mag ik zomaar een bewakingscamera plaatsen?

Neen. Wanneer u een bewakingscamera wil plaatsen en gebruiken voor bewaking en toezicht moet u een bijzonder wettelijk regime naleven, de zogenaamde Camerawet. Voor de aspecten die in de Camerawet niet uitdrukkelijk worden geregeld, is de AVG van toepassing.

Voor een aantal zeer specifieke bewakingscamera’s bestaat er een aparte regelgeving (bijvoorbeeld de voetbalwet of CAO nr. 68 van 16 juni 1998 betreffende de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de werknemers ten opzichte van de camerabewaking op de arbeidsplaats of bewakingscamera’s geplaatst en gebruikt door de inspectie- en controlediensten).

Alle andere geplaatste camera’s waar geen bijzondere wettelijke regeling voorhanden is, moeten in principe aan de beginselen van de AVG voldaan worden.

Wanneer moet ik de camerawet toepassen?

Het moet duidelijk handelen over een zogenaamde “bewakingscamera”, dus niet zomaar elke camera zal onderworpen zijn aan de Camerawet. Om de verwerkingsverantwoordelijke te helpen definieert de Camerawet expliciet wat als een bewakingscamera dient te worden beschouwd.

De wet omschrijft een bewakingscamera als elk vast, tijdelijk vast of mobiel observatiesysteem dat tot doel heeft:

  • misdrijven tegen personen of goederen te voorkomen, vast te stellen of op te sporen, of
  • overlast te voorkomen, vast te stellen of op te sporen, of
  • de naleving van gemeentelijke reglementen te controleren
  • de openbare orde te handhaven.

Hiervoor verwerkt het systeem beelden.

Aan welke vereisten dien ik te voldoen indien ik een mobiele bewakingscamera wil gebruiken?

Indien een gemeente een mobiele bewakingscamera op een niet-besloten plaats wenst in te zetten, dient zij eerst het positief advies te bekomen van de betrokken gemeenteraad nadat deze laatste de plaatselijke korpschef heeft geraadpleegd. De gemeenteraad bepaalt ook meteen de geldigheidsduur van haar advies dat echter wel kan vernieuwd worden op vraag van de verwerkingsverantwoordelijke. Bij de aanvraag van dit advies zal de verwerkingsverantwoordelijke duidelijk de bijzondere doeleinden voor het gebruik van de mobiele bewakingscamera’s moeten aangeven alsook de perimeter waarbinnen deze gebruikt zullen worden (welke kan overeenstemmen met het volledige grondgebied) en de voorziene gebruiksmodaliteiten.

Telkens een verwerkingsverantwoordelijke een mobiele bewakingscamera wenst te gebruiken (behalve in het laatste geval, met name als het een natuurlijke persoon betreft voor persoonlijk of huishoudelijk gebruik in een niet voor het publiek toegankelijke besloten plaats) dient ook hier een mededeling van te gebeuren en is er ook een verplichting tot het bijhouden van een intern register.

Bij het gebruik van mobiele bewakingscamera’s dient in beginsel ook het uniform model van pictogram gehanteerd te worden. Dit pictogram kan ofwel aan de toegang van de plaats gehangen worden waar de mobiele bewakingscamera wordt gebruikt ofwel op het voertuig aangebracht (bv. de scooter of de auto die gebruikt wordt voor de controle op het betalend parkeren). Bovendien stelt de Camerawet ook dat elk ander informatiekanaal kan ingeschakeld worden om de burger duidelijk te informeren (bv. de gemeentelijke website).

Ook hier zal een principiële maximale bewaartermijn gelden van 1 maand die in een aantal gevallen verlengd kan worden naar 3 maanden.

Mag de verwerkingsverantwoordelijke de beelden steeds in real-time bekijken?

De Camerawet schrijft voor op welke manier de verwerkingsverantwoordelijke de beelden mag bekijken en dit verschilt naargelang het soort plaats waar er wordt gefilmd. Wanneer de bewakingscamera hangt op een niet-besloten plaats  (bv. de openbare weg) mag men de beelden uitsluitend bekijken in real time onder de volgende voorwaarden:

  • onder toezicht van de politiediensten;
  • opdat de bevoegde diensten onmiddellijk kunnen ingrijpen bij misdrijven, schade, overlast of verstoring van de openbare orde en in hun optreden optimaal kunnen worden gestuurd.

Bewakingsagenten kunnen door de openbare overheid ook gemachtigd worden om dergelijke beelden in real time te bekijken. De Koning kan eveneens bijkomende personen aanduiden die onder toezicht van de politiediensten deze beelden kunnen bekijken. Momenteel is dit KB nog niet genomen.

Wat de besloten plaats al dan niet voor het publiek toegankelijk (bv. lokettenzaal van een bank) betreft, schrijft de Camerawet uitdrukkelijk voor dat de beelden uitsluitend in real time mogen worden bekeken om onmiddellijk te kunnen ingrijpen bij misdrijven, schade, overlast op verstoring van de openbare orde.

De verwerkingsverantwoordelijke of de persoon die onder zijn gezag handelt, neemt verder alle nodige voorzorgsmaatregelen teneinde de toegang tot de beelden te beveiligen tegen toegang door onbevoegden. De verwerkingsverantwoordelijke voor een publiek toegankelijk besloten plaats kan wel volgens de Camerawet een controlescherm plaatsen dat openbaar in real time de beelden in die plaats verspreid. Denken we maar aan het scherm dat bij het binnenkomen van een supermarkt hangt en waarbij de persoon die binnenkomt zichzelf gefilmd ziet als hij het scherm passeert.

Mag de verwerkingsverantwoordelijke de beelden overmaken aan de politiediensten?

De verwerkingsverantwoordelijke van een al dan niet voor het publiek toegankelijke besloten plaats, of de persoon die optreedt onder zijn gezag:

  • mag de gefilmde beelden meedelen aan de politiediensten of de gerechtelijke overheden indien hij feiten vaststelt die een mogelijke inbreuk betekenen en waarbij de beelden kunnen bijdragen om deze feiten te bewijzen of de daders te identificeren;
  • moet de gefilmde beelden meedelen aan de politiediensten wanneer zij erom vragen in het raam van hun administratieve of gerechtelijke politieopdrachten en indien de beelden de vastgestelde inbreuk betreffen.

Als het een besloten plaats toegankelijk voor het publiek betreft kan de verantwoordelijke ook de beelden in real time overdragen aan de politiediensten:

  • in het kader van specifieke plaatsen die een bijzonder veiligheidsrisico kennen (bv. luchthavens, militaire domeinen, penitentiaire instellingen,…); of
  • wanneer zich een feit voordoet waarvoor de tussenkomst van de politiediensten vereist is. Om van deze mogelijkheid gebruik te kunnen maken is echter wel eerst een schriftelijke overeenkomst nodig tussen de concrete verwerkingsverantwoordelijke en de politiedienst waarin de modaliteiten voor die overdracht beschreven staan.
Welke bewakingscamera’s mogen door de politie worden gebruikt?

Het politioneel cameragebruik is uit het toepassingsgebied van de Camerawet gehaald en de regels omtrent de plaatsing en het gebruik ervan worden uitdrukkelijk geregeld door de Wet op het Politieambt. Deze regels zijn ook verschillend met deze van de Camerawet gelet op de specifieke opdrachten van de politie.

Bovendien stelt deze wetgeving dat de Gegevensbeschermingsautoriteit niet (meer) bevoegd is voor dit politioneel cameragebruik maar wel een specifiek overheidsorgaan, met name het Controleorgaan op de Politionele Informatie (het zogenaamde C.O.C.).

Voor alle vragen omtrent deze camera’s dient u zich dan ook te richten tot het C.O.C. via volgende coördinaten:

Controleorgaan op de politionele informatie
Leuvensweg 48
1000 Brussel

Telefoon: +32 (0)2 549 94 20
Fax: +32 (0)2 549 94 49
Mail: info@organedecontrole.be