geactualiseerd i.f.v. de AVG

De procedure

De werkgever moet de ondernemingsraad vooraf inlichten over alle aspecten van de camerabewaking. Indien er geen ondernemingsraad is, verschaft de werkgever deze informatie aan het comité voor preventie en bescherming op het werk. Indien er geen dergelijk comité is, zal de informatie aan de vakbondsafvaardiging gegeven worden. Is er ook geen vakbondsafvaardiging zal het de werknemer zelf zijn die de informatie moet krijgen.

De informatie die de werkgever dient te geven, heeft minstens betrekking op volgende aspecten van de camerabewaking:

  • het nagestreefde doeleinde,
  • of de beelden al dan niet bewaard worden,
  • het aantal camera(‘s) en waar ze zich zullen bevinden,
  • de betrokken periode of periodes dat de camera‘s in werking zijn.

Als uit de informatie blijkt dat de camerabewaking implicaties voor de persoonlijke levenssfeer heeft van één of meerdere werknemers voert de ondernemingsraad (of het comité of de vakbondsafvaardiging) een onderzoek naar de maatregelen die dienen genomen te worden om de inmenging in de persoonlijke levenssfeer tot een minimum te beperken.

De ondernemingsraad (of het comité) moet bovendien regelmatig de gehanteerde bewakingssystemen evalueren en voorstellen doen met het oog op herziening op basis van technologische ontwikkelingen.
De werknemer heeft steeds een recht van toegang tot de beelden zoals in de AVG voorzien.

De aangifteplicht is sinds 25 mei afgeschaft maar een werkgever zal wel een intern verwerkingsregister dienen bij te houden van deze verwerking, met name van de camerabewaking op de werkvloer.