Cellenbesluit van 2007

Bewakingscamera’s worden in beginsel geregeld door de Camerawet . In principe zou camerabewaking van cellen hieronder kunnen vallen voor onder andere: het voorkomen of vaststellen van gewelddadige feiten tussen gevangenen, tegen een politieagent of door een politieagent, het beschadigen van lokalen of meubilair.

Camerabewaking van cellen en het gebruik van deze beelden streeft in de eerste plaats echter andere doeleinden na, zoals de gevangenen tegen elk gevaar beschermen, onder meer door te waken over hun gezondheid, getuigen over de houding van de politiediensten en het eerbiedigen van de rechten van de verdediging.

Bovendien stelt de Camerawet duidelijk dat zij niet van toepassing is als de bewakingscamera’s door of krachtens een bijzondere wetgeving zouden geregeld worden. In dat verband is het belangrijk om er op te wijzen dat het Koninklijk besluit van 14 september 2007 betreffende de minimumnormen, de inplanting en de aanwending van de door de politiediensten gebruikte opsluitingsplaatsen camerabewaking van politiecellen voorziet, toelaat en minimaal maar duidelijk omkadert.

Omdat deze specifieke rechtsnorm bestaat, is de Camerawet niet van toepassing op camerabewaking van cellen en opsluitingsplaatsen. De Privacywet blijft wel van toepassing voor wat dit besluit niet uitdrukkelijk regelt.