Aanbevelingen in het licht van de Privacywet

Het Koninklijk besluit van 14 september 2007 betreffende de minimumnormen, de inplanting en de aanwending van de door de politiediensten gebruikte opsluitingsplaatsen spreekt slechts in één artikel expliciet over camerabewaking en stelt dat in deze plaatsen camera’s de bewaking mogen helpen verzekeren op voorwaarde dat de opgesloten personen minimum de privacy genieten bij het gebruik van het toilet. Het besluit vermeldt ook dat de aanwezigheid van camera’s aan alle opgesloten personen uitdrukkelijk moet worden gemeld.

De Autoriteit erkent dat camerabewaking in opsluitingsplaatsen van de politie bijdraagt tot het beschermen en waarborgen van het welzijn van de personen die van hun vrijheid beroofd zijn en bij kan dragen tot een verbeterde eerbiediging van de rechten van de verdediging. Maar dergelijke camerabewaking is alleen denkbaar als een element dat toegevoegd wordt aan een geheel van maatregelen (zoals regelmatige fysieke controle, beleid ter voorkoming van zelfmoord,…).

De Autoriteit is ook van oordeel dat het politiegebouw of –post uitgerust moet zijn met een duidelijke signalisatie van de camerabewaking zodat de persoon die in een van de cellen zit opgesloten, daarvan uitdrukkelijk is ingelicht.

Gelet op de Privacywet moeten de politiediensten de nodige technische en organisatorische maatregelen nemen om de interne toegang tot die beelden te beveiligen (bv. door logging van de toegang, het hebben van een beveiligd camerabewakingsnetwerk, uitsluitend toegang in geval van een klacht).  Een algemene toegang tot de beelden (bv. monitors in een lokaal waar personeelsleden binnen en buiten lopen of aan het onthaal) zou moeten worden vermeden.

Alle beelden moeten worden bewaard (geen enkele gedeeltelijke uitwissing), en dit gedurende een redelijke termijn. Het principe is dat de bewaringstermijn voldoende moet zijn om de betrokkene toe te laten te reageren indien zich een incident heeft voorgedaan. In dat opzicht is de Autoriteit van mening dat een termijn van 3 maanden redelijk lijkt, in afwachting van een reglementaire norm die de bewaringstermijn verder zou verduidelijken. Na deze termijn dienen de beelden vernietigd te worden. Hierop is één uitzondering denkbaar, met name wanneer zich werkelijk een incident voordoet tijdens de opsluiting. In dat geval zou het PV van het incident automatisch moeten vergezeld zijn van de beelden van de opsluiting.